Utrechtse kinderen bewegen te weinig. Het gaat met name om kinderen die wonen in de wijken Noordwest, Overvecht en Zuidwest en in Lombok, Majella en Hoograven. De probleemkinderen moeten meedoen aan een sporttest en krijgen een individueel sportadvies.
Ongeveer eenderde van de kinderen uit groep zeven (10- en 11-jarigen) voldoet niet aan de beweegnorm: zij bewegen per dag minder dan één uur matig tot intensief. Dat blijkt uit de Kinderpeiling Sport 2004, die onlangs is uitgevoerd door de gemeente. Alle Utrechtse kinderen uit groep zeven deden mee aan de enquête. Het aantal kinderen dat lid is van een sportvereniging ligt volgens het onderzoek flink lager dan het stedelijk gemiddelde van 63 procent. Uit de peiling blijkt verder dat jongens meer sporten dan meisjes. Autochtone kinderen sporten meer dan allochtone kinderen. Slechts 33 procent van de allochtone meisjes is lid van een sportvereniging, tegenover 77 procent van de autochtone meisjes. Sporten kan volgens de peiling op drie manieren: via een vereniging, via school en in de wijk. 87 Procent van de kinderen die in de binnenstad woont, is lid van een sportvereniging, in Zuidwest ligt dat percentage met 38 procent beduidend lager. 29 Procent van de ondervraagde kinderen beweegt via school, 20 procent sport in de wijk (dat wil zeggen: meedoen aan sportactiviteiten via wijkwelzijnsorganisaties of op eigen gelegenheid). De gemeente Utrecht wil extra geld uittrekken om kinderen uit de probleemwijken weer aan het bewegen te krijgen. Ook moet de samenwerking in de zogenoemde sportieve driehoek worden versterkt. Die driehoek bestaat uit sportverenigingen, scholen en wijkwelzijnsorganisaties. Verder wil de gemeente sportmakelaars aanstellen. Zij moeten er voor zorgen dat kinderen na kennismaking met een sport doorstromen naar verenigingen of sportscholen. Tenslotte moeten de kinderen uit de niet-sportieve wijken meedoen aan een sporttest.Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen bewegen te weinig, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van de GG & GD Utrecht en de Universiteit Utrecht.
Utrechts Nieuwsblad | 3-3-05