Bankje aan de Billiton
Ben ik twee jaar blind geweest, of is het er nu pas, dit bankje aan de Billitonkade? Aan de ene kant kan ik me nauwelijks voorstellen dat hier niet altijd een bankje heeft gestaan op deze prachtige plek aan het water, waar het Merwedekanaal en de Oude Rijn zich scheiden.
Maar aan de andere kant zien de tegels waarop het bankje staat er nieuw uit. Er zit nog niet eens voegsel tussen. Wie weet heeft de gemeente niet zo lang geleden ook ingezien wat een prachtig plekje dit is, en daarom het bankje een verharde ondergrond gegeven, zodat iedereen met schone schoenen kan genieten.
Maar dat betekent wel dat ik er twee jaar voorbij ben gelopen, zonder erg.
Twee jaar lang heb ik niet genoten van dit uitzicht, terwijl het maar een paar honderd meter van ons huis vandaan is.
Maar goed, omdat ik het ook niet wist, heb ik het ook niet gemist.
En nu maak ik het meer dan goed.
Het is vrijdag, tien voor twaalf. Recht voor me zie ik het gebied rond de Muntsluizen. Een paar weken geleden verdrongen zich hier nog honderden Lombokkers om een glimp op te vangen van het fierljepspektakel.
Nu zit er niemand.
Raar eigenlijk dat niemand op deze zonnige dag het idee heeft gehad om daar te liggen of te zitten.
Aan het water.
Tussen het water.
Met uitzicht op het Geldmuseum en de gebouwen van SNS Reaal, als grote monsters die het Geldmuseum elk moment lijken te grijpen.
En met een goed uitzicht op een heel mooi bankje aan de linkerkant.
Als iemand naar mij zou hebben gekeken, had ik zeker gezwaaid.
Ook op de woonboot rechts van mij zie ik niemand op het terras. De rieten stoeltjes worden niet gebruikt. En dat met dit zonnige weer.
De woonbootbewoners zullen wel op vakantie zijn, denk ik zo. Misschien realiseren ze zich op een camping ergens in Frankrijk wel dat ze thuis toch wel heel mooi aan het water zitten.
Bijna net zo mooi als ik nu.
Ondertussen slaat de Antonius van Paduaklok 12 keer.
Kopi Susu roept.
Eigenlijk moet ik nu opstaan, omdat ik dadelijk met een vriend ga lunchen in mijn favoriete café. Maar nu heb ik er nog even geen zin in. En ook niet naar de wandeling daarnaartoe.
Want ik zit hier zo lekker.
In deze wijde wereld.
In stilte.
Maar ineens hoor ik links van mij het geluid van een motorboot. Vlak voordat ik iets zou zien, stopt het geluid. Misschien zijn de buren van links thuisgekomen met hun bootje. Als ik weer recht voor me uit kijk, zie ik een pleziervaartuig aan de linkerkant van de muntsluis varen. Geruisloos.
Grappig dat ik net een boot hoorde maar niet zag, en nu een boot zie maar niet hoor.
In de verte zie ik hoe de boot een aantal bruine woonboten passeert, om vervolgens voor een andere woonboot te stoppen. Een man met grijs haar stapt uit, kijkt door het raam van de woonboot, pakt een touw, en maakt zijn pleziervaartuig wast aan de kade. Zijn vrouw stapt ook uit, en wandelt rond het huis. Maar naar binnen gaan ze niet. Misschien omdat ze daar binnen maar al te goed beseffen dat hun vakantie er weer opzit.
Ach, ik weet zeker, dat als ze over een paar uurtjes vanuit de woonkamer het Merwedekanaal opkijken, ze blij zijn dat ze weer thuis zijn. Want zo’n uitzicht hadden ze niet vanuit hun appartement in Italië. Wie weet zien ze dan ook dit mooie bankje aan de andere kant van het water. Maar als ze zwaaien, zwaai ik niet terug.
Want ik zit dan al bij Kopi Susu. Ik kan haar lokroep toch niet weerstaan. Maar ach, nu ik dit bankje eenmaal ontdekt heb, weet ik dat ik er nog vaak naar toe zal gaan.
Om te genieten van het uitzicht. Van de rust.
Om bij te komen van drukke dagen.
En om te zwaaien.
Joost|16-8-10 | omhoog
|
|