Dikke vingers
Twee weken nadat ik de GPS Tour Lombok had gevolgd, wilde ik niets meer met Indonesisch te maken hebben. Niet dat ik ineens verwilderst was, of dat in Kopi Susu de koffie verkeerd verkeerd was gevallen. Nee, daar lag het niet aan.
Het lag aan mijn smartphone.
Ach ja, je kent het wel.
Je wordt steeds ouder, maar je lijkt wel steeds jonger te worden.
Je voelt je fit, je kan alles aan (letterlijk en figuurlijk!) en je buik voelt nog strak (al kan dat ook te maken hebben met je overgewicht). Bovendien sta je midden in de maatschappij. Om dat zo te houden probeer je alle ontwikkelingen te volgen.
En als je dan je mobiele abonnement moet verlengen en een nieuwe telefoon mag kiezen, dan ga je voor de smartphone.
Hartstikke handig leek me zo’n nieuwerwetse telefoon. Gewoon overal je mail kunnen checken, steeds de navigatie bij de hand, je favoriete muziek luisteren, tussendoor wat youtuben en dan ook nog foto’s en filmpjes maken. En ja, bellen en sms’en gaat ook. En allemaal heel overzichtelijk, met dat grote scherm.
Een ding had ik me echter niet gerealiseerd. Voor zo’n mobiel moet je Indonesisch kennen.
Nou ja, ik geef toe, het is een beetje flauw.
Dat van dat Indonesisch lag niet aan het toestel, maar aan mij.
Aan mijn dikke vingers, om precies te zijn.
Al snel kwam ik erachter dat zo’n toestel eigenlijk bedoeld is voor hippe mensen. Met dunne vingers. Al meteen toen ik mijn mobiel voor de eerste keer aanzette, was het moeilijk om de juiste pincode in te tikken. Maar toen kwam het: ik moest de juiste taal selecteren. Natuurlijk wilde ik de bovenste optie ‘Nederlands’ kiezen, maar met mijn dikke wijsvinger koos ik per ongeluk de taal eronder, Bahasa Indonesia.
Voordat ik het besefte was de taal van mijn smartphone Bahasa Indonesisch. Mijn mobiel was meteen onbruikbaar, want ik snapte er niets meer van. En hoe moest ik in hemelsnaam de taal veranderen?
Voordat ik de smartphone had, kende ik maar twee woorden Indonesisch. Kopi Susu. Daar had ik het graag bij willen laten. Mijn telefoon dacht er anders over. Steeds liep ik weer vast. Ja, Kamera en Buku Telepon, daar kon ik nog wel wat bij verzinnen. Panduan bagi pengguna klonk als een lekker Indonesisch gerecht, maar daar had ik nu even geen behoefte aan. En wat moest ik met Akun layanan daring? Nanda sentuh? Suara & tampilan? Telusuri? Sintesis Suara?
Help!
Hoewel … help … Donderdagavond had ik in de stadsschouwburg ‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus’ gezien, en daarin maakte Huub Stapel duidelijk dat mannen geen hulp vragen maar net zo lang doorzoeken tot ze eruit zijn. Of het echt niet meer weten.
Als een echte man, heb ik ook maar geen hulp gevraagd.
Dus bleef ik zoeken en zoeken. Mijn frustraties groeiden en groeiden. Totdat ik het helemaal had gehad met Indonesisch en alles wat er mee te maken had. Ik haatte Billiton, Banka en die andere eilanden. En ik verafschuwde die Abel Tasman en al zijn kornuiten.
Ik wilde zelfs Lombok verlaten.
Om wat af te koelen, ben ik ten einde raad maar naar buiten gegaan. En daar bleek ik behoorlijk gepavlovd te zijn. Want automatisch liep ik toch naar Kopi Susu. En daar lukte het me niet om geen Kopi Susu te bestellen.
Bij de eerste slok kwam ik al tot rust. Ik besefte dat ik me weer had mee laten slepen, en van een kleine irritatie iets groots had gemaakt. Zo groot, dat ik niet logisch meer kon nadenken.
Maar daar op het terrasje wist ik ineens precies wat ik moest doen.
Dat bleek thuis ook te kloppen. In een paar tellen had ik de juiste optie geselecteerd, snapte ik alles weer, en kon ik me heerlijk uitleven op mijn smartphone.
Heel snel bleek ik er toch behendig mee. Eigenlijk heb ik helemaal niet zulke dikke vingers. Eigenlijk hoor ik er helemaal bij. Ik vond me weer helemaal het mannetje. Bovendien was ik trots op mezelf dat ik zonder hulp toch maar die taal weer had kunnen veranderen.
En dat allemaal dankzij Kopi Susu.
Twee Indonesische woorden.
Eigenlijk best wel goed voor je zelfvertrouwen, die taal.
Joost|23-8-10 | omhoog
|
|