 |
|
De idylle voorbij?
Het wankele evenwicht in de Utrechtse multiculti-wijk Lombok
Buurtbewoners wanen zich even in het Midden-Oosten als ze er boodschappen doen. Maar is de Utrechtse wijk Lombok nog steeds hét voorbeeld van hoe het moet tussen allochtonen en autochtonen? Een wandeling door de wijk waar onze minister van Integratie ooit het levenslicht zag.
Het is borreltijd in La Esquina, een café in de hoofdstraat van de Utrechtse wijk Lombok. Achter de bar staat de uitbater, een omvangrijke Surinamer met de bijnaam Bud. Aan de toog zitten drie Marokkanen, twee Surinamers, een Spanjaard en twee blanke Nederlanders. Peter Hagenaar, coördinator van het verderop gelegen Museumcafé Lombok, vertelt over de studiereis naar Marokko die hij met anderen georganiseerd heeft voor een delegatie van welzijnswerkers en huisartsen uit de buurt.
De reis ging naar de streek waar de meeste Marokkanen in Nederland oorspronkelijk vandaan komen, naar de Rif. Naar het stadje Nador, om precies te zijn. Bij het horen van die naam spitst onze Marokkaanse buurman de oren, werpt een blik op mijn opschrijfboekje, en dicteert vlekkeloos: 'Nador: Nico, Anton, Dirk, Otto, Richard.'
Vanuit het café kun je de prettige drukte van de Kanaalstraat gadeslaan. Het moet de gezondste straat van Nederland zijn, met meer dan tien groentezaken, die een exotische aanblik bieden. Blank en zwart, student en bejaarde, hoofddoek en heupbroek knijpen er eendrachtig in het uitgestalde fruit. Binnen schuifelt het publiek voetje voor voetje richting kassa, waar prijzen berekend worden die je in de Albert Heijn weinig meer dan een plastic tasje opleveren.
'Fantastisch,' vindt Monique Verschuren, enthousiast buurtbewoonster en secretaris van de bewonersfederatie. 'Het is alsof je op vakantie bent in je eigen stad. Het gemak waarmee je hier de heerlijkste dingen vindt, artisjokken, gevulde pepers, dat heb je nergens anders. En het bruist hier van de energie. Ik vind het heerlijk.'

Rommelmarkt door bewoners Leidseweg
Positieve geluiden over de multiculturele samenleving zijn dezer dagen zo zeldzaam als loftuitingen voor Edgar Davids en Clarence Seedorf. In Rotterdam wordt vaak de noodklok geluid, recentelijk nog met betrekking tot de wijk Charlois, en spreekt men openlijk over een allochtonenstop. In Amsterdam slaat met enige regelmaat de vlam in de pan. De in de parlementaire commissie die nu het integratiebeleid moet onderzoeken, buitelde men voor aanvang al over elkaar heen.
Sussende taal van voormalige paarse bestuurders is bij voorbaat verdacht. Want het moet maar eens gezegd: de integratie is mislukt. Het is een drama in Nederland. Behalve dan in Lombok, dat de afgelopen jaren bekend is komen te staan als een multiculturele idylle. Rita Verdonk, minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, liet zich regelmatig positief uit over de wijk waar zij geboren is. De pers komt er graag, en veel artikelen zijn optimistisch van toon.
Onderzoekers van het Meertens Instituut deden er een uitgebreide studie, en concludeerden dat de bewoners er weliswaar een vorm van 'living together apart' praktiseren, maar wél in pais en vree. Het Museum Café Lombok ontvangt regelmatig delegaties uit andere Europese steden die in Lombok een kijkje komen nemen. Het woord 'voorbeeldwijk' valt vaak. Maar klopt dat beeld ook? En zo ja, wat is er dan gebeurd met de wijk die tot diep in de jaren tachtig juist werd aangehaald als schoolvoorbeeld van hoe het allemaal niet moest?
|
|
Het is net een klein dorpje, dat valt het eerst op, met een grote kerk in de hoofdstraat en aan de waterkant een pittoreske molen. Lombok ligt tegen het stationsgebied aan, en wordt aan twee kanten begrensd door verkeersaders. Vrijwel alle straten komen uit op de Kanaalstraat. Men kent elkaar dus in Lombok, je bent er niet anoniem. In het 'betere' deel staan statige huizen, veelal mooi gerenoveerd, de rest is van een Amsterdamse School-achtige bouw. Klein, dicht op elkaar gebouwd, maar vaak met een tuin, en niet gespeend van een zekere charme.
Eind jaren zestig kwamen de eerste gastarbeiders naar Lombok, waar ze in pensions verbleven. Veel van hen bleven in de wijk toen ze een aantal jaar later hun gezinnen lieten overkomen. Daarop gebeurde hetzelfde als in zoveel oude wijken: veel Nederlanders trokken weg, en in hun kielzog sloot de ene na de andere winkel. Het dorpse wijkje, met van oudsher een actieve bevolking, kwijnde weg.
Maar langzaam keerde het tij. De gemeente pompte een hoop geld in stadsvernieuwing en verbetering van de verkeersveiligheid. Daar kwam nog eens een flinke Europese subsidie bovenop, in het kader van het Urban-project, dat zicht richtte op probleemwijken in steden door heel Europa. Toen een groot aantal allochtone ondernemers zich begon te vestigen in de lege winkels van de Kanaalstraat, ontwikkelde die straat zich als een trekpleister waar mensen van heinde en verre op afkwamen. En niet alleen allochtonen.
|
 |
Was Lombok altijd al een aantrekkelijke buurt voor studenten geweest, op de nieuwe en gerenoveerde woningen kwamen ook veel starters en tweeverdieners af - veelal hoogopgeleid, en omdat ze een bewuste keuze voor de buurt hadden gemaakt, ook betrokken bij het reilen en zeilen ervan. Het imago van Lombok begon te glanzen.
'Als je vroeger aan de rand van de wijk woonde,' vertelt Peter Hagenaar, 'zei je liever: ik woon in Transvaal, of in Nieuw Engeland. Nu adverteren makelaars er zelfs speciaal mee als een woning vlakbij Lombok ligt. Het is gelukt om van iets dat gold als een handicap, juist een positieve kracht te maken.' Hagenaar wandelt over straat, wordt onophoudelijk gegroet en moet telkens stoppen voor een praatje. Hij is een van de initiatiefnemers van het Museumcafé in de Kanaalstraat. Officieel is hij er coördinator historische en sociaal-culturele activiteiten. In het café gelieerd aan het werkgelegenheidsbedrijf Service West, werken dertien voornamelijk allochtone ID'ers (tot voor kort: Melketiers). Er worden tal van bijeenkomsten, tentoonstellingen en projecten gehouden, van een zogeheten reminiscentieproject waarbij ouderen van diverse afkomsten vertellen over hun leven, tot de vergaderingen van de winkeliersvereniging.
Het succes van Lombok, meent Hagenaar, is voor een flink deel te wijten aan de inzet van een groot aantal buurtbewoners, zowel blank als zwart. Allemaal mensen die het multiculturele klimaat als een verrijking zien. 'Je moet er een beetje van houden,' zegt hij. 'Anders wordt het nooit wat.'
|
|
Een van de eerste tekenen van de hernieuwde trots van de Lombokker was de reactie van de buurt op een uitzending van het programma Ooggetuige in 1993. Met behulp van thriller-effecten en materiaal dat volgens de bewoners niet in de wijk zelf geschoten was, schilderde het programma een beeld van zware spanningen tussen de verschillende etnische groepen. Er werd een handtekeningenactie op touw gezet, en uiteindelijk moest het programma haar excuses aanbieden.
De inzet is sindsdien alleen maar gegroeid. Er wordt in Lombok van alles georganiseerd: muziekevenementen, de Lombokunstroute, een multicultureel voetbaltoernooi, een groot vijf mei-feest dat Lombok Anders heet. 'En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het komt van alle kanten, ook bijvoorbeeld van de Turkse Ulu-moskee, die heel open is.'
Toen vorig jaar de katholieke Antoniuskerk haar honderdjarig bestaan vierde, werd er een multireligieuze dienst gehouden, met ook een ruime afvaardiging van de moskee. Op haar beurt houdt de moskee met enige regelmaat open dagen. De preken van de Turkse imam staan vertaald op internet. Mede door die houding, denkt Hagenaar, leverden zowel de aanslagen van elf september als de moord op Fortuyn in Lombok geen noemenswaardige incidenten op.
Dat wordt beaamd door de vriendelijke jonge makelaar Alpay Demirci, die tevens medeoprichter is van het Turkse jongerencentrum Ulu, gelegen naast de moskee. Discussiëren, kennis nemen van elkaar, dat is volgens hem cruciaal. 'Zeker nu het klimaat zo verhard is,' zegt hij. 'Want dat voelen we allemaal. Dus leg het maar op tafel.' Daarom worden in het centrum, naast leuke dingen, in verkiezingstijd ook debatten georganiseerd met plaatselijke politici. 'De vorige keer heb ik ook de LPF uitgenodigd,' zegt Demirci lachend. 'Al wist ik dat ze toch niet zouden komen.'
Demirci is een type dat graag de schouders eronder zet, en niet afhankelijk wil zijn. Het jongerencentrum is daarvan een goed voorbeeld, meent hij. Ze werken er met vrijwilligers uit eigen kring, krijgen slechts incidentele subsidies en bepalen zelf wat er te doen is. Zo moet het, meent hij. 'Als je hard gewerkt hebt voor je eigen plek, voel je je er thuis, en dan maak je het ook minder snel kapot. Er is een tijd geleden veel geld gepompt in een Marokkaans jongerencentrum, maar dat kwam meer van bovenaf. Binnen een jaar was het weer dicht.'
Onlangs opende Demirci zijn makelaarskantoor in de wijk waar hij al driëentwintig jaar woont. Het was een bewuste keuze. 'Het leeft hier, het zit niet stil. Ik ga hier voor geen goud weg.' En er zijn goede zaken te doen in Lombok. Volgens Demirci staan niet alleen Nederlanders, maar ook veel Turken te popelen om in de wijk te komen wonen. 'Iedereen die in de jaren tachtig hier hard wegrende, wil nu weer terugkomen.'
Is het Museumcafé een ijkpunt op de Kanaalstraat, de website Lombox.nl is dat op het net. Robin Berg en Wendy Kremer zijn een stel dat recent een huis heeft gekocht in de J.P. Coenstraat, waar een paar honderd woningen tegelijk worden verbouwd. Omdat de communicatie met de gemeente volgens hen te wensen overliet, besloten ze een site op te zetten met informatie over de vorderingen. De reacties waren zo positief dat Lombox.nl binnen een mum van tijd uitgroeide tot een soort nieuwszender voor de buurt, met een forum, een agenda, en een vraag- en aanbodrubriek.
Voor specifieke projecten is soms een klein gemeentepotje beschikbaar, verder is het liefdewerk oud papier. Want ook Berg en Kremer zijn blij met Lombok, en willen betrokken zijn. Vanwege de site hebben zij ook veel contact met migranten, al heeft dat niet geleid tot diepgaande vriendschappen. Maar dat hoeft ook niet, zegt Robin Berg: 'In mijn vorige huis woonde ik met alleen maar Nederlanders om me heen, en daar kwam ik ook niet op de koffie. Ik vind dat er hier een fijne sfeer hangt.' Er wonen ook veel kunstenaars en creatievelingen. Er is altijd wat te doen. En als je boodschappen doet, waan je je in het Midden-Oosten.
Die opmerking hoor je telkens weer van de nieuwkomers in Lombok. Het klinkt nogal triviaal, groentewinkels en parelmoeren theekopjes als intercultureel bindmiddel, maar de sfeer is voor velen belangrijk. Dat het lawaaiig is, nemen ze makkelijk voor lief. Wie rust wil hebben, moet maar in een dorp gaan wonen, en niet op een steenworp afstand van het treinstation in een grote stad. Dat onlangs het postkantoor naast zijn huis op klaarlichte dag overvallen werd, vindt Robin Berg vervelend, maar wakker ligt hij er niet van. 'Een grotestadsprobleem' noemt hij dat. In het witte centrum gebeurt het ook.
|
|
Op een zonnige zondagmiddag in de Van Heutszstraat staan tientallen kinderen in felroze jasjes te wachten op het begin van een door de bewonersfederatie georganiseerde schoonmaakactie. Aan hun bezems hangt een papiertje met de naam van de straat die ze zullen vegen. Wijkwethouder Rene Verhulst (CDA) geeft het startsein voor de actie. De kinderen hebben allemaal een kleurtje, de volwassenen zijn lelieblank. 'Die allochtone ouders hangen liever uit de ramen,' zegt een oudere vrouw misprijzend. Maar dat is de enige wanklank. Er wordt druk en vrolijk geveegd. Bij het aansluitende straatfeest laten de Turken en Marokkanen zich wel zien. Veel van hen hebben hapjes gemaakt.
Monique Verschuren is secretaris van de bewonersfederatie, die opgericht werd als tegenwicht tegen de woningbouwvereniging, en om inspraak te krijgen in sloop- of renovatieplannen. De federatie heeft veel leden geworven onder allochtonen, maar het bestuur is geheel wit. Dat vindt Verschuren jammer. 'Maar ja,' zegt ze, 'wij hebben nou eenmaal een vergadercultuur, en dat is in andere culturen anders. Dus ik neem wat mijn buurman zegt gewoon mee de vergadering in.'
Twee dagen na de schoonmaakactie is de straat waar Verschuren woont al niet zo heel schoon meer. Ook dat, meent zij, is uiteindelijk een kwestie van cultuurverschil. 'Ik zeg er wel eens wat van als iemand zomaar iets op straat gooit. Nou zeg, de blikken die je dan krijgt!' Ze weet dat veel Nederlandse buurtbewoners zich er druk over maken, maar zelf zit ze er niet zo mee. 'Dat zijn vaak de wat oudere mensen, die minder tolerant zijn. Voor mij weegt het niet op tegen de voordelen die Lombok biedt.'
|

Bekijk foto's van de schoonmaakactie
Dossier artikelen over deze woningen: Lees verder
|
Ook een andere kwestie die rondwaart in het integratiedebat, wordt in Lombok van een zonniger kant bekeken. Althans, door Frans Hagethorn, directeur van de Parkschool, een lieflijke basischool die schuin tegenover de molen ligt. Ja, zijn school bestaat voor 98, 99 procent uit allochtone leerlingen, en nee, dat ziet Hagethorn in het geheel niet als een probleem. Al jaren behaalt de Parkschool een bovengemiddelde score bij de Cito-toets. 'Er is zoveel verbeterd de laatste jaren,' zegt hij. 'We hebben meer leerkrachten gekregen, en die worden goed ingezet. Er is een hele goeie nieuwe taalmethode gekomen. Echt, het huppelt hier vrolijk het lyceum in.'
Dat ook de blanke Nederlanders hun kinderen op de Parkschool doen, is volgens hem een kwestie van tijd. Er is in Lombok sprake van een babyboom onder de nieuwkomers. 'Vroeger kwamen ze niet eens langs, maar nu wel. Vaak zien ze al die kleurtjes en zeggen: misschien is mijn kind hier wel erg eenzaam. Nou, dat snap ik best. Maar er zijn nu ook ouders die een gezamenlijk initiatief willen nemen, en in een keer een groep witte kinderen hier op school brengen. Die denken: ik woon hier fijn, ik winkel hier, ik ben daar gek om naar de andere kant van de stad te fietsen met mijn kind.'
Muziek in de oren van wijkwethouder René Verhulst (CDA). Hij vindt dat er veel goeds gebeurt in Lombok. Zijn vrouw komt er vandaan, en hij komt er graag. Alleen die oosterse muziek die door het Museumcafé schalt, mag van hem wel af. De wethouder is niet van het slag 'multiculti, dat is allemaal geweldig'. 'Ik vind dat we de tijd van zwemmen met korting voor allochtone vrouwen voorbij zijn. En Marokkaanse rotjochies moet je gewoon hard aanpakken. We moeten waken voor een knuffelcultuur. Maar ik ben blij met alle particuliere initiatieven in deze wijk. Al mis ik soms wel echte betrokkenheid bij de wijk van vooral de allochtone ondernemers. Er wordt veel afval zomaar op straat gezet, de uitstallingen van de winkels lopen vaak te ver door op de straat. Het verkopen gaat goed, maar het schoonhouden is toch een stuk moeilijker.'
Lombok is ook een beetje het paradepaardje van de politiek geworden, al geeft Verhulst grif toe dat het succes van de wijk vooral te danken is aan een aantal unieke omstandigheden. Er is geen model dat zomaar in andere kwetsbare wijken te kopiëren is. 'Stadvernieuwing loont,' zegt Verhulst, 'dat is duidelijk. Het trekt investeerders en zorgt voor geloof in een wijk. Maar hier stonden al woningen die intrinsiek goed waren, en het is een kleinschalig buurtje, met een sterk netwerk. Wat hier is gelukt, zie ik niet zo snel gebeuren in Kanaleneiland, of in de Amsterdamse Bijlmer. Bovendien: Lombok heeft het imago dé multiculturele wijk te zijn, maar in feite maken allochtonen maar veertig procent van de bevolking uit. En dat is volgens mij een goede mix. In Kanaleneiland is dat bijna tachtig procent.'
|

|
Een paar dagen later brengt Rita Verdonk een bliksembezoek aan Lombok. 'Oh, nou loopt er opeens wél volop politie op straat,' merkt een voorbijganger op. De minister begint haar wandeling op de kop van de Kanaalstraat, en wordt vrijwel meteen aangesproken door twee asielzoekers die haar hun hele dossier willen overhandigen. 'Schrijft u maar een brief naar de IND,' glimlacht Verdonk, maar de papieren belanden niettemin in de handen van iemand uit haar gevolg. Ze loopt even binnen bij reisbureau Nova, waar ze een praatje maakt met de Marokkaanse uitbaatster (filmfragment kijk verder), en eindigt uiteindelijk in het Museumcafé. Daar wacht Marokkaanse thee en mierzoete koekjes.
|
|
Peter Hagenaar wil graag met haar praten over het integratiebeleid. Vindt de minister niet ook dat er veel te weinig aandacht is voor succesvolle allochtonen? Dat vindt ze. Maar is dat niet een logisch gevolg van het altijd maar hameren op de problemen? 'Ik ken mensen die zeggen: ik heb me mijn hele leven Nederlander gevoeld, maar sinds een paar jaar zie ik mezelf als allochtoon.' Die opmerking gaat verloren in de drukte. Er passeren twee Marokkaanse jongens op een scooter, die hun hand opsteken. 'Ziet u?' lacht Hagenaar. 'U heeft zelfs al sjans.'
In schril contrast met de toon waarop het integratiedebat in Nederland wordt gevoerd, benaderen veel Lombokkers hun multiculturele wijk met zeer veel welwillendheid. Er is volop ruimte voor overleg, ontmoeting en begrip. Wellicht dat die houding een verklaring biedt voor een merkwaardige statistiek die te vinden is in de Wijkenmonitor, een gids die wordt uitgegeven door de gemeente Utrecht. Op alle indicatoren van veiligheid (jongerenoverlast, inbraken, geweldsmisdrijven, autokraken) is de score van Lombok significant toegenomen tussen 1996 en 2000. Maar de 'beleving van onveiligheid in de eigen buurt' daalde juist. Er is sprake van 'een sterk toegenomen hechting en veel meer sociale samenhang'. Maar er zijn volgens de gids ook 'twee keer zoveel geweldsmisdrijven' dan gemiddeld in Utrecht. En volgens velen die rond de kop van Lombok wonen zijn de problemen de laatste anderhalf jaar nog veel erger geworden.
|
Bezoek van Rita Verdonk Lees verder. Voor filmverslagen: Kijk verder en verder
|
Dat hangt sterk samen met de acties van de Utrechtse politie tegen drugsoverlast in Hoog Catherijne. Een zeer succesvolle actie, claimt de plaatselijke sterke arm der wet, mede omdat de drugsproblemen zich niet naar andere delen van de stad hadden verplaatst. 'Ja ja,' schampert Hedwig Neggers, die vlak bij de gevreesde 'kop' woont. 'Meteen nadat ze de tunnel waar de junks altijd zaten hadden afgesloten, kwamen ze hier de wijk inlopen. Ze zitten tussen de auto's te spuiten, het sterft weer van de zilverpapiertjes. En op sommige plekken wordt openlijk gedeald. Er hangen vage types rond, in veel te dure auto's.' Dat moet niet kunnen, vindt Neggers. 'Er zijn hier zoveel kinderen op straat. Als er drugs in de buurt zijn, weet je dat de kans groot is dat ze ermee in aanraking komen.'
Ook de overlast van hangjongeren neemt toe, zegt ze. 'De laatste jaren staan er steeds meer groepjes jongens op straat, die vaak heel grof zijn tegen vrouwen - vieze slet, vuile hoer, dat werk. Het zijn meestal Marokkanen. Een deel van hen ken ik van gezicht, en ik trek ook mijn bek wel open, maar het is wel heel vervelend. Ik snap dat oudere mensen niet meer 's avonds door de Kanaalstraat durven. En tja, dan is er toch onvoldoende toezicht van de ouders, denk ik.'
|
 |
Neggers was lange tijd zeer actief in de buurt, en is dat nog altijd. 'Maar soms voelt het als water naar de zee dragen,' zucht ze. 'De idylle begint behoorlijk uit de klauwen te lopen.' In 1996 schreef ze met een aantal vrienden het succesvolle Lombok Kookboek, met recepten van buurtbewoners uit alle windstreken, opgetekend in hun eigen keukens. Onder de titel Lombok Kookt werd er door de NPS een dertiendelige serie van gemaakt. Momenteel organiseert ze een muziekfestival, Culture Clash. Ze weet dat zij heeft bijgedragen aan het positieve imago dat Lombok de afgelopen jaren kreeg. 'Een tijdlang ging het hier steeds beter. Er ontstond een leuke mix van mensen. Daar ga je in mee. Maar inmiddels is het een haat/liefde-verhouding geworden. Dat het hier een melting pot zou zijn, een voorbeeldwijk, dat is toch eigenlijk wel een illusie gebleken.'
|
 |
Hoe succesvol is succesvol?
Veiligheid op straat, hangjongeren, drugs - het zijn overal hete onderwerpen in het integratiedebat, en die zaken gaan in Lombok dus helemaal niet zo goed. Bovendien zijn er nog meer stenen des aanstoots, zoals de nachtelijke overlast van de horeca, vooral shoarmazaken, die vierentwintig uur per dag open zijn. Omwonenden klagen over geschreeuw, getoeter, wildplassers en dubbelgeparkeerde auto's.
De afgelopen weken waren er rond de kop van Lombok tenminste vier overvallen; in de beddenzaak, in de ijzerwinkel en tweemaal op straat: een vrouw met kind, en een dame met een rollator. 'Het is weer helemaal mis,' zegt kapper John Smit, voorzitter van de winkeliersvereniging. Hij heeft regelmatig overleg met de politie. 'Maar van alle beloften komt weinig terecht.' Smit zou graag zien dat er mobiel cameratoezicht kwam. 'Als het in de rest van de stad zo goed gaat, zoals de politie beweert, haal daar dan een paar camera's weg en zet ze hier. Dat zou helpen tegen die kleine groep hangjongeren die auto's kraken en dat soort dingen. We weten wie het zijn, maar er wordt niks tegen gedaan. Maar ja, er zal wel geen geld voor zijn.'
Drugsoverlast geeft spanningen, en dat komt Smit extra slecht uit, omdat het met de integratie nou net zo lekker ging. De winkeliersvereniging was jarenlang een Nederlands bastion. Sinds hij er de scepter zwaait, zegt hij niet zonder trots, is het ledental bijna verdubbeld, en de nieuwe aanwas bestaat vrijwel geheel uit allochtonen. En dat loopt heel aardig, ondanks wat gesteggel over de uitstallingen op straat en het buitenzetten van het vuilnis. 'Daar zijn regels voor, maar blijkbaar hebben zij toch sterk het idee dat het allemaal maar mag.' Verder geen kwaad woord over zijn collega's. 'Het zijn harde werkers. Zwart en blank hebben allebei net zoveel last van de junks en de dealers.'
Dat zegt ook Peter Hagenaar. 'Je mag de wijk niet afrekenen op de instroom van drugsgebruikers. Maar de politiek wel. Het is absurd dat zoiets kan gebeuren in zo'n kleine wijk. Kinderen mogen niet opgroeien met het beeld van diefstal en heling. Twee collega's van mij, allebei allochtoon overigens, zijn beroofd door hele jonge jochies die precies dezelfde technieken gebruikten als de junks. Ze pakten het tasje, gooiden alles wat geen waarde had op straat, en wisten precies waar ze naartoe moesten om de credit cards te verpatsen.'
Wijkwethouder Verhulst zegt snel wat te willen doen aan de nachtelijke overlast, maar de moeilijkheid is dat Utrecht geen horecasluitingswet kent. Ook erkent hij dat er wel degelijk sprake is van een 'waterbedeffect' - jaag de junks op de ene plek weg, en ze duiken ergens anders op. 'En deze wijk kon al niet veel hebben,' zegt Verhulst. 'Met name op de kop van Lombok gaan de problemen over de grens.' Wat er tegen gedaan kan worden, is vooralsnog niet helemaal duidelijk. De renovatie van de kop staat hoog op de agenda. Verhulst zegt ook een voorstander te zijn van preventief fouilleren, maar tegelijkertijd is volgens hem de politie-inzet in Lombok 'maximaal'.
Dat zijn niet veel mensen met hem eens. In 1997 werd er met het geld van het Europese Urban-project een politiepost geopend in de wijk, maar daar is de deur meestal dicht. Voor een noodgeval kan je aanbellen. 'Als we het bureau opengooien,' zegt wijkagent Tom Visser, 'moeten we iemand van de straat halen. En we zitten al heel krap.'
Visser en zijn collega zijn geliefd in de buurt, daar niet van. 'Ze zijn voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang', aldus een buurtbewoonster. Maar ja, op cruciale momenten zijn ze er vaak niet. 'We moeten in feite met zijn tweeën een hele wijk runnen,' zegt Visser. 'En wij moeten ook slapen. Ordeverstoringen gebeuren meestal 's nachts, de baldadigheid van hangjongeren begint altijd als wij net onze kont gekeerd hebben.' En dan hebben we het nog alleen over het surveilleren. 'Als je een groep dealers wilt pakken, moeten we zelf recherchewerk doen. Dat kost tijd. Het is ons het afgelopen jaar een paar keer gelukt, maar dan is er één van ons in elk geval een tijdlang niet op straat.' Het is niet onwaarschijnlijk dat de voorgenomen bezuinigingen van het kabinet de zaken er nog lastiger op zullen maken voor Visser en collega's. Nu nog wordt de politie op straat versterkt door zogenaamde toezichthouders. Maar dat zijn ook ID'ers, wier banen waarschijnlijk worden opgeheven in 2004. De wijkagent noemt zijn werk dan ook nogal eufemistisch 'een hele uitdaging'. 'Je krijgt het nooit helemaal onder controle,' zegt hij. 'Het is pappen en nathouden.
Vrij Nederland | Sander Donkers | 4-10-03
|
 |
|
|